← The State of Tech RSS Feed

4 september 2026 · 14:03

GPT-6 Astra: OpenAI + miljard voor cyberdefensie

OpenAI lanceert GPT-6 Astra, het krachtigste taalmodel dat het bedrijf tot nu toe heeft uitgebracht, en kondigt tegelijk een programma van een miljard dollar aan om ziekenhuizen, drinkwaterbedrijven en gemeenten te beschermen tegen AI-gedreven cyberaanvallen. In deze aflevering van The State of Tech bespreekt Linda Duursma samen met Erik Van Doorn wat GPT-6 Astra en het Daybreak-programma betekenen voor Nederlandse organisaties in de vitale sector, én welke vragen de AVG en de AI Act daarbij opwerpen. Verder: de Maleisische chipstrategie van honderdzes miljard dollar, de juridische steun van Washington aan OpenAI in de NYT-zaak, en de opening van IFA 2026 in Berlijn.

OpenAI GPT-6 cybersecurity auteursrecht halfgeleiders Maleisië

Beluister deze aflevering:

Transcript

Linda: Welkom bij The State of Tech, vrijdag 4 september 2026. Ik ben Linda Duursma.

Erik: En ik ben Erik Van Doorn. Vandaag: OpenAI lanceert GPT-6 Astra en trekt een miljard uit voor de verdediging van vitale infrastructuur, de Amerikaanse regering kiest openlijk partij voor OpenAI in de rechtszaak van The New York Times, Maleisië lanceert een megaplan van ruim honderd miljard dollar om een chipgrootmacht te worden, en de IFA opent in Berlijn met een prognose van veertienhonderd miljard dollar tech-omzet. Plus twee dingen om vandaag uit te proberen: de gratis schrijf-app Manuskript voor lange projecten, en Homebox, waarmee je alles wat je bezit thuis in kaart brengt. We beginnen met GPT-6 Astra van OpenAI.

OpenAI lanceert GPT-6 Astra en zet een miljard dollar in om vitale infrastructuur te beschermen tegen AI-aanvallen.

Linda: OpenAI heeft vandaag zijn nieuwste model uitgebracht, GPT-6 Astra, en volgens het bedrijf is dit hun krachtigste model tot nu toe. Astra scoort bijna perfect op een aantal van de zwaarste tests in het vakgebied, waaronder geavanceerde wiskunde, maar ook een test die meet hoe goed een AI zwakke plekken in software kan vinden en misbruiken. En juist dat laatste is waar het interessant wordt. Een model dat topscores haalt op een exploit-test is per definitie ook een model dat aanvallers kunnen gebruiken. OpenAI weet dat, en presenteert daarom tegelijk een programma van een miljard dollar, Daybreak voor Frontline Defenders genoemd.

Erik: Dat geld is bedoeld om organisaties die vitale diensten beschermen goedkoper toegang te geven tot OpenAI's beveiligingstools. Denk aan ziekenhuizen, drinkwaterbedrijven, gemeenten. De boodschap is eigenlijk: ons model is zo krachtig dat het in verkeerde handen echt schade kan aanrichten, dus financieren wij de goede handen. Of een miljard dollar genoeg is om die balans te verschuiven, is een tweede. Vergeleken met wat statelijke aanvallers uitgeven is het serieus, maar niet overweldigend.

Linda: En voor Nederlandse organisaties is de praktische vraag: wie komt in aanmerking voor Daybreak, en welke voorwaarden gelden er voor de dataverwerking? Een waterschap of een ziekenhuis kan niet zomaar telemetrie doorspelen naar een Amerikaanse leverancier zonder juridische toets. Dat moet langs de AVG en langs de nieuwe AI Act. Het Nationaal Cyber Security Centrum in Den Haag zal hier ongetwijfeld naar kijken, want de vitale sector in Nederland is precies de doelgroep waar OpenAI zich op richt.

Erik: En er speelt nog iets breders. Als OpenAI zich publiekelijk opwerpt als beschermer van vitale infrastructuur, dan positioneert het bedrijf zich ook als semi-publieke partij. Dat verandert de verhouding met overheden. In de VS klinkt dat logisch, in Europa ligt het gevoeliger, want hier zit de reflex om vitale infrastructuur juist niet afhankelijk te maken van één Amerikaanse leverancier. Verwacht dus dat Brussel en Den Haag hier vragen over gaan stellen, voordat een euro subsidie richting Daybreak-deals gaat.

De regering-Trump kiest partij voor OpenAI en noemt AI-training op auteursrechtelijk materiaal gewoon fair use.

Linda: Het Amerikaanse ministerie van Justitie heeft zich deze week formeel in de slepende rechtszaak tussen OpenAI en The New York Times gemengd, en wel aan de kant van OpenAI. In een brief betoogt de regering dat het trainen van grote taalmodellen op auteursrechtelijk beschermd materiaal onder fair use valt, en dat beperking daarvan de concurrentiepositie van Amerikaanse AI-bedrijven ernstig zou schaden. De formulering is voorzichtig, maar de boodschap is duidelijk: Washington ziet trainingsdata als een strategisch nationaal belang.

Erik: En dat reikt verder dan die ene rechtszaak, want het zet een toon. Als Amerikaanse rechters uiteindelijk meegaan met die lijn, krijgen Amerikaanse AI-bedrijven feitelijk juridische dekking om journalistiek, boeken en code te blijven scrapen. Europese uitgevers kijken hier scherp naar, want hun onderhandelingspositie hangt deels af van wat er in Amerikaanse jurisprudentie gebeurt. In de Europese auteursrechtregels bestaat een uitzondering voor tekst- en datamining, maar rechthebbenden kunnen zich daarvan afmelden, en veel grote Europese uitgevers hebben dat al gedaan.

Linda: Voor Nederlandse mediabedrijven, denk aan DPG, Mediahuis of de publieke omroep, betekent dit dat licentiedeals de belangrijkste hefboom worden. Als je niet op de rechter kunt rekenen om scraping te stoppen, dan onderhandel je. We zien al deals tussen OpenAI en Europese uitgevers, en er komen er meer. De prijs zal die nieuwe juridische realiteit weerspiegelen. Critici wijzen erop dat een regering die openlijk partij kiest voor één bedrijf in een lopende zaak, ongebruikelijk is, ook naar Amerikaanse maatstaven.

Erik: En daar zit een tweede kant aan. Europa en de VS drijven zo langzaam maar zeker naar echt verschillende regimes. In Amerika wint het argument van innovatiesnelheid, in Europa weegt bescherming van makers zwaarder. Voor Nederlandse creatievelingen, schrijvers, journalisten, ontwikkelaars, betekent dat: reken niet op Washington, reken op wat je in Europa afdwingt via opt-outs en collectieve deals.

Linda: Even een kleine onderbreking. Luister je vaker naar The State of Tech? Druk dan op de likeknop en abonneer je, zodat je nooit een aflevering mist. Oké, verder.

Maleisië lanceert een nationale chipstrategie en wil tegen 2030 ruim honderd miljard dollar aan investeringen aantrekken.

Erik: Maleisië gaat groot in op chips. De regering heeft een Nationale Halfgeleiderstrategie gepresenteerd waarmee het land omhoog wil in de waardeketen. Op dit moment doet Maleisië vooral assemblage en testen; het plan is om ook chipontwerp, geavanceerde packaging en serieus onderzoek en ontwikkeling naar het land te halen. Het bedrag is fors: vijfhonderd miljard ringgit aan investeringen tegen 2030, ongeveer honderdzes miljard Amerikaanse dollar, plus een doelstelling om zestigduizend hooggekwalificeerde ingenieurs op te leiden.

Linda: Dit is echt een verhaal over industriepolitiek en de fysieke toeleveringsketen, niet over een nieuw AI-model. Maleisië zit al op een sleutelpositie in chip-packaging, de stap waarin afgewerkt silicium wordt omgebouwd tot iets dat je op een printplaat kunt solderen. En juist geavanceerde packaging is waar de prestatiewinst vandaan komt nu het steeds moeilijker wordt om transistors verder te verkleinen. Kuala Lumpur plant dus een vlag in precies het deel van de industrie dat strategisch belangrijker wordt.

Erik: Voor Europese chipbedrijven en machinebouwers werkt dat twee kanten op. Meer capaciteit in Maleisië betekent meer keuze en potentieel lagere prijzen voor Europese kopers die weg willen van de afhankelijkheid van Taiwan. Tegelijk betekent het meer concurrentie voor de Europese Chips Act, die met een vergelijkbaar pakket eigen capaciteit probeert op te bouwen. Voor Nederland is dit dubbel relevant, want ASML uit Veldhoven levert de machines waarmee deze fabrieken überhaupt draaien. Meer Maleisische capaciteit betekent op termijn ook meer orders vanuit Zuidoost-Azië richting Veldhoven.

Linda: En dat laat zien dat vrijwel elke grote economie inmiddels een eigen versie van industriepolitiek voor chips voert. De VS met de CHIPS Act, Europa met de Chips Act, Japan, Korea, en nu Maleisië. Voor Nederlandse toeleveranciers is dat commercieel gunstig, maar het maakt de geopolitieke positie van de chipsector wel ingewikkelder. Elke exportvergunning voor ASML wordt tegenwoordig een politiek dossier.

IFA opent in Berlijn en voorspelt een jaar van veertienhonderd miljard dollar voor consumententech.

Erik: De IFA 2026 is in Berlijn geopend en is opnieuw het grootste consumententech-event van Europa. Het thema is dit jaar, weinig verrassend, AI. Bedrijven als TCL laten een visie zien die ze een AI-geïnspireerd leven noemen, verspreid over huishoudapparaten, tv's en telefoons. Er is ook een apart Koreaans paviljoen waar twaalf bedrijven de volgende generatie AI-chips voor consumentenapparaten tonen. En branche-rapporten voorspellen dat de wereldwijde verkoop van tech en duurzame consumentenelektronica dit jaar op veertienhonderd miljard dollar uitkomt, vooral door AI-pc's en duurdere smartphones.

Linda: De interessante verschuiving op de IFA is dat AI dit jaar minder als reclame wordt gepresenteerd en meer als infrastructuurkeuze. Fabrikanten hebben het minder over wat hun AI kán en meer over waar hij draait: op het apparaat zelf of in de cloud, en wat dat betekent voor accuduur, privacy en snelheid. Dat is een gezondere discussie, want die ligt dichter bij wat kopers echt belangrijk vinden. Opvallend is ook dat de groei in premium smartphones deels komt doordat mensen hun toestel langer houden en dan pas overstappen naar een fors duurder model.

Erik: Voor Nederlandse consumenten is de IFA een zeldzame kans om deze apparaten in het echt te zien voor ze in de winkel liggen. En voor de Autoriteit Persoonsgegevens is het een werkende preview van wat straks onder de AI Act geclassificeerd moet worden. Een koelkast die recepten voorstelt, een tv die voetbalwedstrijden opschaalt, een wasmachine die zelf een programma kiest, dat zijn geen abstracte gevallen meer, die staan volgend jaar in de Mediamarkt.

Linda: En voor het Nederlandse Miele en Bosch-publiek, dat traditioneel op IFA nieuws afkomt: reken erop dat het onderscheid tussen slim en niet-slim de komende jaren verdwijnt in het duurdere segment. Wat vandaag een premium-feature is, is over twee jaar standaard, ook op middenklasse-apparaten. De vraag voor consumenten wordt dan minder of ze AI willen, en meer of ze een fabrikant vertrouwen met de data die daarvoor nodig is.

Manuskript is de gratis Europese open-source schrijfapp voor romans, scripties en elk lang gestructureerd project.

Erik: Tot slot twee dingen waar je vandaag iets mee kunt. De eerste is Manuskript, een gratis open-source schrijfapp die door een kleine Europese gemeenschap wordt gemaakt. Hij is bedoeld voor mensen die aan iets groots werken: een roman, een proefschrift, een lang rapport. Wat Manuskript anders maakt dan een gewoon tekstprogramma is dat hij je project als een gestructureerd geheel behandelt, niet als één lang document. Je kunt personages plannen, plotlijnen uittekenen, onderzoeksnotities en concepten naast elkaar zetten, en hoofdstukken slepen om ze te herschikken.

Linda: Gebruikers vergelijken Manuskript vaak met Scrivener, de bekende betaalde tegenhanger op de Mac. Het praktische voordeel is dat alles op je eigen computer blijft staan, dus niets gaat naar een cloud en er is geen abonnement. Het draait op Windows, Mac en Linux. Reviewers noemen vooral de afleidingsvrije modus en de ingebouwde outliner: je schrijft voor elke scène of paragraaf een samenvatting en kunt vervolgens uitzoomen om de hele structuur in één oogopslag te zien.

Erik: Voor iemand die al maanden naar een half afgemaakt manuscript in Word zit te staren, is dit precies het soort gereedschap dat er een redactioneel dashboard van maakt. Installeren duurt ongeveer tien minuten: download het installatiebestand van de website van het project, open een nieuw project en zet erin wat je al hebt. Het is echt gratis, er zit geen verborgen premium-versie achter. De ontwikkelaars werken op donaties, zoals veel Europese open-source projecten.

Linda: En dat maakt Manuskript ook interessant vanuit een breder perspectief. Voor Nederlandse schrijvers, promovendi en journalisten die geen abonnement willen op een Amerikaans platform en hun teksten liever niet in een cloud parkeren, is dit een volwaardig alternatief. Bijkomend voordeel: omdat het open source is, kan het niet zomaar verdwijnen als een bedrijf failliet gaat of zijn prijzen verhoogt. Je bestanden blijven van jou, in een leesbaar formaat.

Homebox maakt van alles wat je bezit een doorzoekbare inventaris op je eigen apparaat, zonder cloud.

Erik: De tweede is Homebox, een gratis open-source app om je huishoudinventaris bij te houden. Het idee is simpel: je maakt een lijst van wat je bezit, waar het ligt, wanneer je het hebt gekocht en wat het kostte, en Homebox maakt daar een doorzoekbare database van die op je eigen apparaat of je eigen thuisserver draait. Je kunt foto's, bonnetjes en garantiepapieren toevoegen, en zelfs QR-codelabels genereren om op dozen op zolder te plakken.

Linda: De voor de hand liggende toepassing is de inboedelverzekering. Als er iets gebeurt, brand, inbraak, waterschade, dan wil je verzekeraar een gedetailleerde lijst van wat je kwijt bent, en bijna niemand heeft die klaarliggen. Homebox is een manier om die lijst geleidelijk op te bouwen. Maar gebruikers melden dat ze hem ook voor alledaagse dingen gaan gebruiken: in welke doos zat de lader van de boormachine, op welke plank liggen de winterbanden, waar heb je dat verjaardagscadeau ook alweer verstopt.

Erik: Homebox draait in een browser, dus zodra je hem hebt geïnstalleerd, kun je er via je telefoon overal in huis bij. Installeren is wel iets technischer dan Manuskript. Je draait Homebox als een klein container-programma op een thuisserver, een oude laptop of een apparaatje zoals een Raspberry Pi. Voor wie dat nog nooit heeft gedaan is het een avondje uitzoeken. Voor iemand die al iets zelf host is het een kwartier werk.

Linda: Voor Nederlandse gebruikers is de aantrekkingskracht duidelijk: je bestanden en foto's blijven thuis, niet bij een Amerikaanse aanbieder die morgen zijn prijzen kan verdubbelen. Homebox wordt actief onderhouden en is echt open source, dus je inventaris zit nooit vast bij een bedrijf dat kan omvallen. Combineer het met een tweede kopie op een externe harde schijf en je hebt een serieuze administratie voor een minimale investering.

Linda: Vandaag hadden we het over: GPT-6 Astra van OpenAI met een miljard dollar voor cyberdefensie, de Amerikaanse regering die OpenAI juridisch bijstaat tegen The New York Times, Maleisië dat honderdzes miljard dollar in chips wil steken, en de IFA in Berlijn met een prognose van veertienhonderd miljard dollar. En twee dingen om zelf te proberen: de schrijfapp Manuskript, en de huishoudinventaris-app Homebox.

Erik: Meer weten of reageren? Ga naar thestateoftech.nl of mail ons op info@doorzetters.net.

Erik: State of Tech, de techwereld in 15 minuten.