22 augustus 2026 · 13:39
TikTok schikt $400M: kinderprivacy & AI-markt 2033
TikTok heeft een schikking van 400 miljoen dollar getroffen met het Amerikaanse ministerie van Justitie wegens stelselmatige schendingen van COPPA, de kinderprivacywet die platforms verbiedt om data van kinderen onder de dertien te verzamelen zonder ouderlijke toestemming. Het is een van de grootste boetes ooit onder die wet, en Europese toezichthouders zullen dit bedrag als ijkpunt gebruiken. In dezelfde aflevering: de VN voorspellen een AI-markt van bijna vijf biljoen dollar in 2033, en Micron en Brazilië laten zien waar de echte strijd om AI-infrastructuur wordt uitgevochten.
Beluister deze aflevering:
Transcript
Linda: Welkom bij The State of Tech, zaterdag 22 augustus 2026. Ik ben Linda Duursma.
Erik: En ik ben Erik Van Doorn. Vandaag: TikTok schikt voor vierhonderd miljoen dollar in een kinderprivacyzaak in de Verenigde Staten, de Verenigde Naties voorspellen dat de wereldwijde AI-markt in 2033 bijna vijf biljoen dollar waard is, geheugenfabrikant Micron steekt tien miljard dollar in een nieuw AI-onderzoekslab, Brazilië bouwt een eigen nationale AI-supercomputer om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse leveranciers, en tot slot twee dingen om vandaag uit te proberen: de versleutelde Europese berichten-app Element en de gratis huisinventarisatie-tool Homebox. We beginnen met die schikking van TikTok.
TikTok betaalt vierhonderd miljoen dollar in Amerikaanse schikking over privacy van kinderen.
Linda: TikTok heeft ingestemd met een schikking van vierhonderd miljoen dollar in een rechtszaak van het Amerikaanse ministerie van Justitie. De aanklacht: het platform zou stelselmatig persoonsgegevens hebben verzameld van kinderen onder de dertien, zonder toestemming van hun ouders. Dat is in strijd met de Amerikaanse kinderprivacywet, bekend als COPPA. Driehonderd miljoen wordt direct betaald, de resterende honderd miljoen volgt zodra een oudere afspraak met TikToks voorloper, Musical dot ly, formeel wordt opgeheven. Het is een van de grootste boetes ooit onder deze wet.
Erik: En dat bedrag is precies waarom dit ook voor Europa telt. De Ierse privacytoezichthouder heeft TikTok al meerdere keren beboet onder de AVG voor de manier waarop het bedrijf omgaat met data van kinderen, en de Digital Services Act legt daar nog een extra laag bovenop specifiek voor minderjarigen. Een schikking van deze omvang wordt een ijkpunt waar Europese toezichthouders naar zullen wijzen. Het signaal is duidelijk: platforms die kinderen onder de dertien behandelen als zomaar een doelgroep, lopen tegen een muur aan.
Linda: Voor Nederlandse ouders is de vraag natuurlijk of de aanpassingen die TikTok in de Verenigde Staten doorvoert, ook hier merkbaar worden. Historisch gezien splitst het bedrijf zijn beleid vaak per regio, dus wat Amerikaanse kinderen krijgen aan bescherming, geldt niet automatisch voor Nederlandse gebruikers. De Autoriteit Persoonsgegevens legde eerder al een boete op van vijfenhalf miljoen euro aan TikTok om vergelijkbare redenen: onvoldoende informatie in het Nederlands voor jonge gebruikers en hun ouders. Die zaak lijkt in het licht van vandaag opeens bescheiden.
Erik: Wat vooral opvalt: dit is geen incident, maar een patroon. Elke grote jurisdictie komt nu tot dezelfde conclusie, alleen met verschillende bedragen en verschillende juridische kaders. En de industrie reageert traag. In Brussel wordt ondertussen gewerkt aan strengere leeftijdsverificatie voor sociale platforms, mede naar aanleiding van dit soort zaken. De discussie verschuift langzaam van "wat mag een platform vragen aan een kind" naar "moet een kind hier überhaupt zijn". Dat is een fundamenteel andere vraag, en die gaat ook onze wetgevers de komende jaren bezighouden.
Verenigde Naties voorspellen AI-markt van vier komma acht biljoen dollar in 2033.
Linda: Een nieuw rapport van UNCTAD, het handels- en ontwikkelingsorgaan van de Verenigde Naties, voorspelt dat de wereldwijde AI-markt in 2033 vier komma acht biljoen dollar waard is. Dat is een vertwintigvijfvoudiging in tien jaar tijd. Het rapport wijst op echte voordelen: AI die plattelandsgezondheidswerkers helpt, onderwijs op maat in scholen met weinig middelen, en betere voorspellingen van klimaatrampen. Maar UNCTAD legt ook een pijnlijke vinger op de zere plek: een klein groepje economieën en ongeveer honderd bedrijven domineert het AI-onderzoek en de rekenkracht. En tot veertig procent van de banen wereldwijd wordt geraakt door AI-gedreven automatisering.
Erik: Voor Europa is dit een dubbel verhaal. Aan de ene kant heeft de Europese Unie zich met de AI Act neergezet als wereldwijde standaardzetter. Een rapport dat pleit voor inclusief bestuur past dus prima in het Brusselse verhaal. Aan de andere kant: als je kijkt naar wie de rekenkracht en de grootste modellen daadwerkelijk bezit, staat Europa nauwelijks in dat lijstje van honderd bedrijven. Het risico is dat het continent wel regels maakt, maar geen markt. En veertig procent van de banen die geraakt worden, betekent niet dat die banen verdwijnen, maar wel dat ze veranderen. Voor Nederland, met sectoren als logistiek, financiële dienstverlening en zakelijke dienstverlening waar veel routinewerk in zit, is dat een fikse opgave.
Linda: En daar komt bij dat de vakbonden hier al onrustig zijn. FNV en CNV hebben eerder gewaarschuwd dat werkgevers AI-tools invoeren zonder overleg met de ondernemingsraad. Als het UNCTAD-cijfer klopt, gaat die discussie de komende jaren alleen maar heftiger worden. Wat het rapport eigenlijk zegt tussen de regels door: de huidige verdeling van AI-macht is politiek onhoudbaar. Alleen ziet niemand nog hoe je die verdeling verandert zonder de innovatie te vertragen. Dat is de knoop die de Verenigde Naties niet doorhakt, en die Brussel en Den Haag ook nog niet oplossen.
Linda: Even een kleine onderbreking. Luister je vaker naar The State of Tech? Druk dan op de likeknop en abonneer je, zodat je nooit een aflevering mist. Oké, verder.
Geheugenfabrikant Micron investeert tien miljard dollar in nieuw AI-onderzoekslab in Idaho.
Erik: Chipbedrijf Micron steekt de komende tien jaar tien miljard dollar in een nieuw onderzoekscentrum in Boise, in de Amerikaanse staat Idaho. Het heet Micron Research Labs en focust op geavanceerd geheugen en op de rekensystemen waar AI-versnellers op draaien. De eerste schop gaat in 2027 de grond in, en er komen honderden onderzoekers uit de industrie, universiteiten en de overheid samen. De achtergrond hierbij is hoge-bandbreedtegeheugen, in het jargon HBM. Dat is inmiddels een van de meest gewilde onderdelen in de hele AI-keten: elke AI-versneller van Nvidia of AMD heeft het nodig.
Linda: En dit is precies waarom dit voor Europa relevant is, ook al gebeurt het in Idaho. Geheugen is stilletjes een van de grootste knelpunten geworden in het hele AI-infrastructuurverhaal. Chipfabricage krijgt de krantenkoppen, maar zonder genoeg geavanceerd geheugen staan die chips gewoon te wachten op data. Europa probeert via de Chips Act zijn eigen halfgeleiderveerkracht op te bouwen, maar bijna alle serieuze HBM-productie zit in Zuid-Korea, de Verenigde Staten en steeds meer in Japan. Een investering van tien miljard dollar in Amerikaans onderzoek bevestigt waar de diepe expertise wordt opgebouwd, en dat is niet hier.
Erik: De timing zegt ook veel. Geheugenprijzen zijn de afgelopen maanden fors gestegen, omdat de vraag vanuit AI het aanbod ver overstijgt, en er is geen snelle oplossing. Een onderzoekslab bouwen is een weddenschap voor tien jaar, geen kwartaalfix. Micron zegt daarmee eigenlijk: wij zien AI-geheugenvraag als een duurzame, structurele groeimarkt, geen luchtbel. Voor Nederlandse bedrijven als ASML en NXP is dat interessant nieuws, want geavanceerder geheugen betekent ook geavanceerdere productiemachines. Maar het onderstreept opnieuw dat de zwaartepunten in AI-hardware buiten Europa liggen, en dat de afhankelijkheid alleen maar groter wordt.
Brazilië bouwt eigen nationale AI-supercomputer om minder afhankelijk te zijn.
Linda: Brazilië gaat een eigen nationale AI-supercomputer aanschaffen, om minder afhankelijk te worden van buitenlandse aanbieders voor opslag en rekenkracht. Het systeem komt beschikbaar voor Braziliaanse bedrijven, universiteiten, onderzoeksinstituten en overheidsdiensten. Het nationale laboratorium voor wetenschappelijke rekenkracht, LNCC, gaat het project leiden. Naast de hardware is er een samenwerkingsafspraak om Braziliaanse alternatieven voor data-infrastructuur te ontwikkelen en om open-source modellen te bevorderen.
Erik: Dit past in een breder wereldwijd patroon waar Europa scherp op moet letten. Landen behandelen AI-rekenkracht steeds meer zoals ze een elektriciteitsnet behandelen: nationale infrastructuur die je niet volledig kunt uitbesteden. Frankrijk bouwt via het EuroHPC-programma, Duitsland heeft het Gauss Centre, en de Europese Commissie financiert AI-fabrieken in verschillende lidstaten. Maar dat Brazilië, een middelgrote economie, dit nu ook als basisvoorziening ziet en niet als luxe, zegt genoeg over waar de wereld heen beweegt.
Linda: Het open-source aspect is wat dit boven een hardware-aankondiging uittilt. Brazilië positioneert de supercomputer expliciet als een manier om bij te dragen aan open AI-modellen, in plaats van alleen gesloten modellen van Amerikaanse of Chinese leveranciers af te nemen. Dat sluit aan bij wat veel Europese onderzoekers al langer bepleiten: open modelgewichten en open datasets zijn de praktische route naar soevereiniteit voor landen die niet zelf een grote hyperscaler hebben. In Nederland speelt dezelfde discussie rond SURF, dat rekenkracht levert aan universiteiten en onderzoeksinstellingen.
Erik: En de vraag die daaronder ligt: is een nationale AI-supercomputer eigenlijk genoeg? De grote Amerikaanse en Chinese modellen worden getraind op clusters die orde van grootte groter zijn dan wat één land in zijn eentje kan opbouwen. Braziliës zet is dus vooral politiek en strategisch: laten zien dat je niet volledig afhankelijk bent, ook al kun je de allergrootste modellen zelf niet trainen. Datzelfde geldt voor Europa. Rekenkracht in eigen huis is niet dé oplossing, maar wel een onmisbaar onderdeel van een geloofwaardige positie in dit debat.
De versleutelde Europese berichten-app Element geeft je serieus veilig chatten zonder telefoonnummer.
Linda: Tot slot twee dingen waar je vandaag iets mee kunt. De eerste is Element, een versleutelde berichten-app die gebouwd is op het open Matrix-protocol, dat oorspronkelijk uit het Verenigd Koninkrijk komt. De Franse en Duitse overheid gebruiken het intern voor beveiligde communicatie, dus het is bewezen technologie in serieuze omgevingen. Wat het interessant maakt voor gewone gebruikers: je hoeft geen telefoonnummer af te staan om een account aan te maken, anders dan bij Signal of WhatsApp. Je registreert je met alleen een gebruikersnaam, en alles is standaard end-to-end versleuteld.
Erik: Element werkt op Windows, macOS, Linux, iOS en Android, en gewoon in de browser. Het ondersteunt groepskanalen, spraak- en videogesprekken, en synchronisatie tussen apparaten. Omdat Matrix een gefedereerd protocol is, kun je desgewenst een eigen server draaien, al kiezen de meeste mensen gewoon voor de standaardserver. Gebruikers omschrijven het als iets tussen Slack en Signal in: samenwerkender dan een pure messenger, privater dan een zakelijke chattool. Gratis, open source, en met hosting in Europa.
Linda: Het federatieve aspect maakt Element echt anders. Verschillende organisaties kunnen hun eigen Element-server draaien, maar toch met elkaar praten. Dat werkt vergelijkbaar met hoe e-mail werkt tussen verschillende aanbieders. Voor een verenigingsbestuur, een klein bedrijf of een familiechat die weg wil van WhatsApp, is dat een echt bruikbaar alternatief. Voor Nederlandse gebruikers is er nog een praktisch pluspunt: de servers staan binnen Europa, dus je gegevens vallen onder de AVG en niet onder Amerikaanse cloudwetgeving. Een prima klus voor een regenachtige zaterdagmiddag.
Homebox maakt van je huisinventaris een doorzoekbare database, volledig op je eigen apparaat.
Erik: De tweede is Homebox, een gratis open-source tool om je huisinventaris bij te houden. Bedoeld voor iedereen die wil weten wat hij bezit, voor de verzekering, voor een verhuizing, of gewoon om te achterhalen in welke la die reserve-HDMI-kabel ligt. Je voegt spullen toe met foto's, categorieën, locaties, aankoopdatum, garantie-informatie en bonnetjes. Alles blijft op je eigen apparaat of op een klein servertje dat je zelf draait. Geen abonnement, geen cloud, geen account.
Linda: Wat Homebox onderscheidt is hoe licht het is. Het draait in een klein containertje op vrijwel elke computer, ook op een Raspberry Pi, en je opent het via een normale webbrowser op je telefoon of laptop. Gebruikers noemen vaak hetzelfde punt: het is pas echt nuttig als er iets kapotgaat, gestolen wordt of in de garantie moet, want dan heb je de bon en het serienummer meteen bij de hand. Homebox werkt ook met labels en QR-codes, dus je plakt een code op een opbergdoos en scant hem later om te zien wat erin zit.
Linda: Voor Nederlandse gebruikers is er nog een concrete reden om dit te overwegen: bij een inbraak of woningbrand vragen verzekeraars vaak om bewijs van wat je bezat, en die lijst maak je zelden op tijd. Homebox is precies zo'n saaie tool die pas waardevol wordt als je hem écht nodig hebt. Gratis, privé, en werkt offline. Vandaag hadden we het over: de recordschikking van TikTok in de Verenigde Staten, de UNCTAD-voorspelling over de AI-markt richting bijna vijf biljoen dollar, Microns tien miljard dollar voor AI-geheugenonderzoek, de Braziliaanse nationale AI-supercomputer, en twee dingen om zelf te proberen: de versleutelde berichten-app Element en de huisinventaris-tool Homebox.
Erik: Meer weten of reageren? Ga naar thestateoftech.nl of mail ons op info@doorzetters.net.
Erik: State of Tech, de techwereld in 15 minuten.