← The State of Tech RSS Feed

23 juni 2026 · 13:38

2D-transistors ASML & TSMC: silicium voorbij

ASML, TSMC en imec hebben aangetoond dat tweedimensionale transistors van materialen als molybdeendisulfide werken op de 300 mm-wafers die echte chipfabrieken gebruiken. Deze 2D-transistors chipdoorbraak markeert voor het eerst een geloofwaardig industrieel pad voorbij silicium. In dezelfde aflevering: China's 295 miljard dollar AI-plan op Huawei-chips en het nieuwe Amerikaanse AI-veiligheidskader.

AI quantum NVIDIA ASML China chiptech

Beluister deze aflevering:

Transcript

Linda: Welkom bij The State of Tech, dinsdag 23 juni 2026. Ik ben Linda Duursma.

Erik: En ik ben Erik Van Doorn. Vandaag: het Witte Huis komt met een vrijwillig keuringskader voor de zwaarste AI-modellen, een tweede presidentieel besluit zet vol in op quantumtechnologie, China trekt bijna driehonderd miljard dollar uit voor een eigen AI-infrastructuur zonder NVIDIA, en ASML, TSMC en imec laten zien dat transistors van flinterdun materiaal klaar zijn voor de fabriek. Plus twee dingen om vandaag uit te proberen: de browser-extensie DeArrow die clickbait van YouTube afhaalt, en de notitie-app Joplin die je kennisbank volledig in eigen hand houdt. We beginnen bij het Witte Huis.

Het Witte Huis tekent een besluit voor vrijwillige veiligheidskeuring van de zwaarste AI-modellen.

Linda: Het Witte Huis heeft een presidentieel besluit ondertekend met de naam Promoting Advanced Artificial Intelligence Innovation and Security. De kern: er komt een vrijwillig kader waarin makers van de meest geavanceerde AI-modellen, in het besluit aangeduid als frontier-modellen, hun systemen door de Amerikaanse overheid kunnen laten beoordelen vóór de publieke lancering. Federale diensten krijgen dertig dagen om hun digitale verdediging te versterken, er komt een centraal AI-uitwisselingspunt voor dreigingsinformatie, en aanklagers krijgen opdracht om aanvallen met AI met voorrang te vervolgen.

Erik: Wat hier opvalt is de toon. Dit is geen Brusselse hardhandige regulering met verplichte verplichtingen, maar een handdruk tussen AI-labs en nationale veiligheidsdiensten. Het signaal is dat Washington geavanceerde AI nu behandelt zoals het kernonderzoek of geavanceerde wapens behandelt: iets waar de staat zicht op wil hebben voordat het live gaat. Dat centrale uitwisselingspunt werkt als een gedeelde meldkamer: als één bedrijf ziet dat een AI wordt misbruikt om kwaadaardige software te schrijven, krijgen de anderen snel een waarschuwing. En die dertig dagen voor de cyberverdediging geven weg dat de regering vindt dat de aanvalskant op dit moment harder gaat dan de verdediging.

Linda: De grote vraag voor Europa is of dit het Brusselse spoor aanvult of juist ondermijnt. De AI Act van de Europese Unie is een regelgebaseerd stelsel met harde verplichtingen voor risicovolle modellen. Washington leunt op vrijwillige samenwerking, plus de hefboom van nationale veiligheid. Europese toezichthouders hebben eerder gezegd dat ze graag willen aansluiten op gedeelde veiligheidstests, en zo'n Amerikaans uitwisselingspunt zou daar een logisch aanspreekpunt voor kunnen worden.

Erik: Voor Nederlandse bedrijven die werken met grote AI-modellen betekent dit dat er straks twee regimes naast elkaar staan: een verplicht Europees kader en een vrijwillig Amerikaans. Bedrijven die hier diensten leveren met modellen uit de Verenigde Staten zullen scherp moeten letten op welke afspraken hun leverancier daar al gemaakt heeft, en of die te rijmen zijn met wat de Autoriteit Persoonsgegevens en de nieuwe Europese AI-toezichthouder vragen. De kans is groot dat juristen hier de komende maanden een hoop overuren gaan draaien.

Linda: En daarmee tekent zich het politieke verschil scherp af: Europa kiest voor afdwingbare regels, Amerika voor gezamenlijke risicobeheersing. Welke route uiteindelijk effectiever blijkt, weten we pas als het eerste grote incident komt.

Een tweede besluit zet vol in op quantumcomputers, quantumsensoren en een Amerikaanse quantum-arbeidsmarkt.

Erik: Op dezelfde dag tekende de president een tweede besluit, deze keer over quantumtechnologie. De wetenschappelijk adviseur krijgt opdracht om de nationale quantumstrategie te actualiseren, met nadruk op ondersteunende technologie en hechtere samenwerking met de industrie. Er komt een nationaal project om de eerste quantumcomputer te bouwen die echt iets aan wetenschappelijke ontdekkingen toevoegt, er staat een termijn van vijf jaar voor de uitrol van quantumsensoren en netwerken, en er wordt geld gestoken in de opleiding van een Amerikaanse quantum-vakgroep.

Linda: Even voor wie afhaakt bij het woord quantum: een quantumcomputer gebruikt het vreemde gedrag van piepkleine deeltjes om bepaalde rekenproblemen veel sneller op te lossen dan een gewone computer. Quantumsensoren meten dingen als zwaartekracht of magneetvelden met extreme precisie, handig voor navigatie zonder GPS of voor medische beeldvorming. Die termijn van vijf jaar voor de sensoren is opvallend, want dat is het deel van quantum dat het dichtst tegen praktische toepassing aan zit.

Erik: Europa is hier stilletjes competitief. Duitsland, Nederland en Frankrijk hebben nationale quantumprogramma's, en de Europese Unie heeft het Quantum Flagship-initiatief. Maar dit Amerikaanse besluit voelt als een politieke versnelling, en juist het onderdeel rond talent is iets waar Europese ambtenaren naar kunnen kijken met enige jaloezie. Quantumingenieurs opleiden kost minstens een decennium, en de Europese talentpijplijn is dunner dan de publicatielijsten suggereren.

Linda: Voor Nederland is dit relevant omdat Delft één van de wereldwijde toplabs heeft, met bedrijven als QuTech en samenwerking met onder andere Microsoft en Intel. Als de Verenigde Staten nu massaal quantum-vakmensen gaan opleiden, wordt de strijd om ervaren onderzoekers feller. Nederland staat nu nog vooraan, maar zal moeten kiezen of het meebeweegt met die schaal of zich verder specialiseert.

Linda: Even een kleine onderbreking. Luister je vaker naar The State of Tech? Druk dan op de likeknop en abonneer je, zodat je nooit een aflevering mist. Oké, verder.

China trekt bijna driehonderd miljard dollar uit voor een eigen AI-infrastructuur zonder NVIDIA.

Erik: China heeft een vijfjarig investeringsplan onthuld ter waarde van twee biljoen yuan, omgerekend ongeveer tweehonderdvijfennegentig miljard dollar, om een nationale AI-infrastructuur op te tuigen. Het plan koppelt datacenters door het hele land aan elkaar en verplicht het gebruik van eigen technologie. De Ascend-chips van Huawei worden aangewezen als kernprocessoren, en dat betekent dus: geen afhankelijkheid meer van NVIDIA. De aandacht in de sector richt zich nu vooral op de verbindingen tussen die datacenters, en of China daarbij overstapt op optische netwerken.

Linda: Het bedrag is fors, maar het echte nieuws zit in die chipkeuze. Tot voor kort gebruikten zelfs Chinese AI-labs het liefst NVIDIA waar ze die konden krijgen. Door nu officieel voor Huawei Ascend te kiezen, geeft Peking het signaal dat de eigen chip op grote schaal goed genoeg is. Of dat in de praktijk klopt, vooral bij het trainen van de grootste modellen, blijft een open vraag. Er zijn berichten dat Ascend onder zware trainingsbelasting kampt met betrouwbaarheidsproblemen, maar Peking is blijkbaar bereid die prijs te betalen voor onafhankelijkheid.

Erik: Voor Europa heeft dit twee gevolgen. Ten eerste verdiept het de splitsing tussen het Westerse en het Chinese AI-ecosysteem, wat het leven moeilijker maakt voor Europese bedrijven die in beide markten actief zijn. Een model dat in China is getraind op Ascend-hardware gedraagt zich niet per se gelijk aan een model dat in Frankfurt op NVIDIA draait, en complianceteams zullen dat moeten bijhouden. Ten tweede dringt opnieuw de vraag zich op waar Europa's eigen tegenwicht zit.

Linda: Nederland zit in dit verhaal op een vreemde plek. ASML levert wereldwijd de machines waarmee deze geavanceerde chips gemaakt worden, ook voor de Westerse kant van de splitsing. Maar Europa heeft zelf nauwelijks chipproductiecapaciteit voor grootschalige AI-training. Als het echt tot een hardere blokvorming komt, is dat geen comfortabele positie. De Europese Chips Act probeert daar wat aan te doen, maar de schaal blijft achter bij wat Washington en Peking nu uittrekken.

ASML, TSMC en imec laten zien dat transistors van flinterdun materiaal klaar zijn voor de chipfabriek.

Erik: Dan het niet-AI verhaal van vandaag, en het is een serieuze stap in chiponderzoek. ASML uit Nederland, TSMC uit Taiwan en imec uit België hebben samen aangetoond dat je transistors kunt bouwen van tweedimensionale materialen op standaard wafels van driehonderd millimeter, het formaat dat echte chipfabrieken gebruiken. Het gaat om materialen als molybdeendisulfide en verbindingen van wolfraam, lagen van slechts een paar atomen dik. De kracht: ze kunnen veel kleiner gemaakt worden dan silicium en blijven betrouwbaar werken.

Linda: Tweedimensionale transistors zijn jarenlang een laboratoriumcuriositeit geweest. De doorbraak hier is dat ze nu zijn geïntegreerd op de wafels die in echte fabrieken rondgaan, op industriële schaal, met de afstanden tussen verbindingen die in de echte productie gebruikelijk zijn. Daarmee schuiven deze exotische materialen op van een wetenschappelijke publicatie naar iets dat een fabriek daadwerkelijk kan maken. Het is een geloofwaardige weg voorbij de grenzen van silicium, waar de industrie al een decennium voor waarschuwt.

Erik: De Europese hoek is hier ongewoon sterk. ASML uit Veldhoven bouwt de lithografiemachines waar elke geavanceerde chipfabriek afhankelijk van is. Imec in Leuven is het onderzoekscentrum dat een groot deel van het wereldwijde chiponderzoek stilletjes draaiende houdt. Twee van de drie partners in deze doorbraak zijn dus Europees, samen met de grootste fabrikant ter wereld in Taiwan.

Linda: Het is een goede herinnering dat Europa, ondanks alle zorgen over chip-soevereiniteit, op onderzoeksniveau midden in het centrum zit. Als deze technologie de komende jaren commercieel doorbreekt, wordt de afhankelijkheid van Veldhoven en Leuven alleen maar groter. Dat geeft Europa een onderhandelingspositie die je niet snel weggeeft.

De gratis extensie DeArrow vervangt clickbait-titels en misleidende thumbnails op YouTube.

Erik: Dan twee dingen waar je vandaag iets mee kunt. De eerste is een browser-extensie genaamd DeArrow. Hij doet één specifieke ding: hij vervangt clickbait-titels en overdreven thumbnails op YouTube door beschrijvingen en screenshots die andere gebruikers hebben ingestuurd. Dus in plaats van een hoofdletter-titel met drie vuur-emoji's en een geschrokken gezicht, zie je een nuchtere samenvatting van waar de video echt over gaat. DeArrow is gemaakt door dezelfde ontwikkelaar als SponsorBlock, dat veel mensen al gebruiken om reclameblokken in video's over te slaan.

Linda: DeArrow is gratis en open-source en werkt op Chrome, Firefox, Edge en Safari, en op Android via Firefox. Er is geen account nodig en het project draait volledig op vrijwilligers die misleidende thumbnails markeren en alternatieven aandragen. Recensenten merken op dat op een gemiddelde YouTube-startpagina ergens tussen een derde en de helft van de thumbnails een schoner alternatief krijgt, wat bladeren een stuk minder manipulatief maakt.

Erik: De Europese invalshoek hier is privacy. Omdat DeArrow lokaal in de browser draait en geen aanmelding vraagt, wordt er geen profiel rond je kijkgedrag opgebouwd. Installeren kost ongeveer een minuut via de extensiewinkel van je browser, en het effect zie je direct. Je kunt zelf bijregelen welke titels worden vervangen, en als je wilt, kun je ook eigen eerlijke titels indienen.

Linda: Het is ook een aardig voorbeeld van de bredere open-source beweging om het web wat minder vijandig te maken. Geen algoritme dat je in de gaten houdt, gewoon mensen die helpen om elkaars feed leesbaar te houden.

De gratis notitie-app Joplin houdt je kennisbank volledig in je eigen handen.

Erik: De tweede tip is voor iedereen die klaar is met notitie-apps die je vastzetten in een abonnement en een wolk. Joplin is een gratis, open-source notitie- en takenapp die draait op Windows, Mac, Linux, Android en iOS. Notities worden opgeslagen als gewone tekstbestanden in een opmaaktaal die Markdown heet, wat betekent dat ze leesbaar blijven, zelfs als de app morgen ophoudt te bestaan.

Linda: Het verschil met bekende commerciële opties zit in waar je gegevens staan. Joplin laat je synchroniseren tussen apparaten via je eigen keuze: een Nextcloud-server, Dropbox, OneDrive, of gewoon een map op je eigen computer. Er zit ook end-to-end-versleuteling in. Gebruikers in gereguleerde sectoren, advocaten, artsen en journalisten, prijzen Joplin precies om die reden: de notities hoeven nooit op een server te staan die niet onder hun controle staat.

Erik: De app heeft alles wat mensen werkelijk nodig hebben: bijlagen, takenlijsten, tags, zoeken in duizenden notities, en een webclipper-extensie om artikelen vanuit je browser op te slaan. Er is ook een plug-insysteem voor wie mindmaps of kalenderweergaven wil. Het oogt niet zo gestroomlijnd als sommige betaalde alternatieven, maar de betrouwbaarheid wordt steevast geprezen, en gebruikers zijn echt eigenaar van hun data.

Linda: Opzetten kost ongeveer tien minuten als je al een clouddienst hebt om mee te synchroniseren, en wat langer als je zelf wilt hosten. In beide gevallen is er geen abonnement. Voor Nederlandse gebruikers die zich zorgen maken over waar hun aantekeningen onder verschillende regimes terechtkomen, is dat een belangrijke geruststelling.

Linda: Vandaag hadden we het over: het Amerikaanse besluit voor vrijwillige AI-keuring, de nieuwe quantum-impuls van het Witte Huis, het Chinese investeringsplan van bijna driehonderd miljard dollar zonder NVIDIA, de chipdoorbraak van ASML, TSMC en imec met tweedimensionale transistors, en twee dingen om zelf te proberen: DeArrow tegen YouTube-clickbait en Joplin als notitie-app waar jij de baas blijft.

Erik: Meer weten of reageren? Ga naar thestateoftech.nl of mail ons op info@doorzetters.net.

Erik: State of Tech, de techwereld in 15 minuten.